Live & Lazaru’s 2017

De juryverslagen





Verslag voorronde 1 2017

Voel je het al? Nu je het zo leest wel, hè? Die ijzige, toch opgewonden spanning voor wat er komen gaat? Die plotselinge zin om met je hoofd als een losgeslagen stier op en neer te bewegen op harde doch olijke muzikale klanken? Die spontane snak om een gekoelde alcoholische versnapering te nuttigen en die verwelkomende frisse doch bittere, vloeibare kus van puur genot weer te voelen glijden op je lippen? Ja? Ik niet. Ik heb alleen maar zin om te zeuren. Laat het nou net zo zijn dat we aankomende vrijdag alweer met z’n allen ons in ons “thuis van huis” bevinden voor de finale van Live & Lazaru’s en er moet potverdorie nog een juryverslag geschreven worden voor de derde voorronde. Nou ja, bij deze dan maar. Let’s get that ball rollin’, shall we?

Koala Ghosts

De avond gaat van start met de drie-mans punk-rock sensatie du jour: Koala Ghosts. Het begint al eigenlijk wel lekker, d’r zit een lekker tempo’tje in, is over het algemeen lekker strak, zang is goei, geluid is goei. Kreeg op den duur ook het gevoel alsof ik nog een old-school Tony Hawk’s Pro Skater game aan het spelen was, en dat is nimmer een slecht iets. Jammer genoeg voor deze gasten hadden zich nog geeneens een handjevol mensen gevestigd om mee te kunnen genieten van het wel aardig kekke mini-spektakel die deze gasten aan het neerzetten zijn. Hoewel het op sommige punten wel een beetje hetzelfde klinkt allemaal en de bassist van al wat respectabelere leeftijd wel wat meer los had mogen gaan naar mijn mening, is Koala Ghosts een toppertje. Vol-gen-duh.

Refill

Dit is toch potjandeurie wel de meest toepasselijke bandnaam voor in een kroegsetting zoals de onze. Dat is ook zeer zeker mooi voor deze gasten, want dan hoeven ze in elk geval niet meer naar de bar toe te lopen voor een biertje (*ba-dum-tss* #HILARISCH). Okidokie; Refill komt aan met een wat meer rocky sound waarin toch vele verschillende invloeden te horen zijn. Voor menne eigen en rest der juryknapen was o.a. her en der wat Maiden-ish mengelmoes en Rush-y shizzle-ma-nizzle te horen. Muzikaal gezien erg interessant dus, zeker voor mijn prog-liefhebbende oorgaatjes. Echter wou de drummer er nog wel eens spreekwoordelijk naast zitten, zeker in de fills die hij speelt. Verder is er hier en daar een valse gitaar en/of toetsensolo te horen. Niettemin houden deze snaken toch wel aardig de sfeer in de tent goed staande, met een toch wel aardige cover van Ome Freddie’s “I Want it All” als klap op de vuurpijl. Biertje, jongens?

Lookeen

De derde ronde muzikale gabbers doet zijn intrede onder het mom “Lookeen” en zodra het eerste nummer door de Hut heen wordt gesaust weet ik niet echt helemaal wat ik er van moet vinden. De gasten spelen rock, da’s duidelijk. Hier en daar ook wat progressief-achtig gegoochel met betrekking tot de riffs en gitaar- en toetsensolo’s, da’s wel lekker. Misschien kan ik mijzelf beter verwoorden door de term “geinig” te gebruiken…? Nee, dat dan weer net niet. De zang is goed, op sommige punten ook best uitmuntend, durf ik te zeggen. Maar ja, daartegenover is de drummer aardig sloppy en het geheel klinkt al met al toch wel een beetje als een “dertien in een dozijn”-geval, een term die ik op de avond in kwestie heb mogen leren van mijn krullebol van een collega. Los van dat laatste (want dat is ook een kwestie van smaak) voelt het geheel Lookeen nog een beetje aan als raamwerk, maar voor de rest was het wel gei- euh, ik bedoel vet.

El Fatso

Deze drie gasten mogen dan geen formaatje Don Vito hebben, maar dik is hun muziek zeker. Wederom lekker straight-up rock, lekker duidelijk en makkelijk in de mond, en strak als een BH om een fietsbak. Hoewel er nog wat onenigheden in het begin plaatsvond tussen de band en deel van het publiek laten deze gasten zich niet gek maken en rammen lekker door, variërende tussen groovy, straight-forward, punky en ander geshizznizz (dat is wat de koele kikkers zeggen, tegenwoordig). Tevens geef ik de zanger/gitarist ook geen ongelijk betreffende z’n pedaalgebruik, want tja, een extra harmonie boven op de noten die speelt tijdens je solo is ook go’verredeurie vet. Hoewel niet mijn stijl, vind ik best toch wel errug nice. Super nice. DE nice.

Graftak

De toestroom leuke bandnamen houdt tevens op bij deze voltallige heren en dame: het overhemdencollectief Graftak. Dit is misschien dan wat meer een band waarbij ik een woord als “geinig” zou gebruiken ter beschrijving, maar niet zo zeer(!) negatief, eigenlijk. Het geheel klinkt wel goed. Modderig, zowel qua tembre als samenspel, maar wel oké; ’t is een soepje van een beetje alt-punkrock achtige meuk afgewisseld met euh… ska-achtige bijsmaakjes. Ik heb een beetje het idee dat dit laatste als een soort verassingseffect moet werken in de muziek van Graftak, maar echt als verrassend kwam het niet over. De drumpartijen klinken nogal ongecontroleerd en dynamiekloos, dat wel. De zang? Prima. Riffs? By the numbers, maar leuk. De solo’s, hmmmm… nee. Toch werkt het op de een of andere manier wel als clubje, zo. “Amusement without merit”, laat ik het zo maar zeggen, en daar is niets mis mee.

Conclusie

De jury gaat blablabla en half-dronken blabla (kom op, dat weet je toch al? Nee? Ga weg) en is in overeenstemming gekomen om El Fatso de juryprijs te overhandigen voor hun uitstekelbaarse performance voor de derde voorronde! Daar komt tevens Refill bij kijken als winnaars van de publieksprijs! Gefeliciteerd, beide bands! We zien jullie, en tevens alle winnaars van de eerste twee voorrondes deze vrijdag, 9 juni om precies te zijn, bij de finale!

Voel je het al? Ik nog steeds niet.

Juryrapport voorronde 2

De avond treedt in en de hele bups op de beide podia staat wederom klaar om door langharig tuig en ander rockgespuis muzikaal afgetakeld te worden. De zuip is goed, “sappig” is het woord van de dag en menig mens en muzikant zijn weer van de partij. Live & Lazaru’s 2K17 is aan! Joechei, Jolijt ende sappigheid.

*Ahum* Wederom heeft deze nochtans jonge snaak de eer gekregen om onderdeel te zijn van “your-friendly-neighbourhood” Lazajury, de rol te vervullen van jolige, half-bezopen aankondiger en tevens ditmaal het juryrapport te schrijven (dit zijnde iets wat mijn langharige medejurylid knarsetandend aan mij moest afstaan, want ja, hij doet dat zo graag). Met een broodje Moksi in de keelpijp en een biertje in hand kon de Soirée de Compétition beginnen, en dat deed het ook…

Disastercrew

“There and back again”; Deze voor ons niet onbekende act van vorig jaar bracht met een dikke Nu-Metal vibe de eerste overstuurde tonen van de avond ten gehore. Al in het eerste nummer was een duidelijke invloed van o.a. Rage Against the Machine en Limp Bizkit herkenbaar. De band was over het algemeen strak, met uitzondering dat her en der de gitaren niet helemaal synchroon liepen. De muzikale afwisseling en ‘feel’ tussen de nummers was af en toe ook een beetje ver te zoeken, maar al met al hebben deze heren en dame een lekkere set neergezet die menig toeschouwer het hoofd heeft doen op en neer gaan (deze jureerbeer daarbij inbegrepen).

Changing Tides

Wij verplaatsen ons inmiddels naar de knusse Hut waar de Brabantse metalcore maffia Changing Tides klaar staat om te starten en waar het publiek nog nergens te bekennen is. Daar trekt de band zich niets van aan en rost zo de eerste song in met daarbij de zanger die (tot groot vermaak van de jury) al brullend en gebarend uiteindelijk het volk hun kant op weet te krijgen. Alle grappen en grollen terzijde zetten deze heren een prima show neer met kenmerkende metalcore breakdowns afgewisseld met melodische riffs en solo’s, strakke drums met een excentrieke, maar enthousiaste vocalist die zijn strot aardig laten klinken kan. Kortom: als het op sappigheid, zowel op muzikaal- als presentatiegebied, neer moet komen kan Changing Tides je wel het nodige daarvan garanderen.

Temple Renegade

Ook tevens “There and back again”; Temple Renegade is na de L&L editie van vorig jaar ook weer van de partij en we zijn weer “back again” in onze favo rockkroeg. Deze gasten braken als “heavy rock” act de trend van al het metalgeschal met een aardig dikke show. Er was variatie in en tussen de nummers, van zwaar en dissonant-ish naar licht(er) en melodisch, wat de interesse bij menig luisteraar opwekt. De zang was aanzienlijk beter dan de vorige keer dat TR meedeed aan Live ende Lazaru’s, waarbij ik en de (toenmalige) rest van de jury nog het idee hadden dat het ietwat ‘geknepen’ klonk. Een positieve verandering dus, plus nog een strakke instrumentale performance, maakt het geheel tot een vette live-ervaring.

Zombie Waste

Een vaasje en ‘n jonge borrel verder en we zitten weer in de Van Ome Henne. Hier doen de heren van Zombie Waste ontspannen maar gefocust hun ding: Nederlandstalige sludge/stonerrock. Een merkwaardige combi, maar wel interessant . De term “sappigheid” is hier dus dan ook niet aan de orde; “smerigheid” dunkt mijn dan beter. En “smerig” is het zeker. Laag gestemde gitaren en bas, heavy en bluesy drumritmes en ‘half-zuivere’ zang, als ik dit laatste zo noemen mag; een beetje de valse kant opgaan kan een artistieke keuze zijn, maar in dit geval was dat naar ons idee niet altijd zo. Maar afijn: los daarvan maakt Zombie Waste er een gave show van, die naast het bouwen van een sludgy atmosfeer je toch een beetje aan je vaderlandje doet denken. Sappi- ik bedoel: smerig!

Chaining Daisy

Na een logistieke melding dat Killshift, de oorspronkelijk laatste band van de avond, had afgezegd, zijn we bij de nieuwe kandidaat “laatste band van de avond” aangekomen. Poprock. Of “poppy hardrock”. Met ballads. “Poppy hardballadrock”? *uche* Oké, misschien mag de sound van Chaining Daisy niet als echt origineel binnenkomen in mijn jury-oortjes, maar lekker klinkt het wel. Het is catchy, de nummers zijn kort en goed te behappen en in het algemeen luistert het lekker weg. Op de performance is niets aan te merken, misschien op een vals nootje van de zanger zo hier en daar na. Een goede afsluiter van de avond is Chaining Daisy dus zeker!

Conclusie

Alle bands zijn klaar en de stemmen mogen geteld worden (een prima hersenloos klusje voor ons inmiddels een-klein-beetje-aangeschoten jurymänner). Eenmaal klaar, en de publieksprijs gaat naar: Zombie Waste en Chaining Daisy met een gelijkspel! Chapeau voor beide bands! Vervolgens sluiten wij onze bijeenkomst af met een vrijwel unanieme conclusie dat Temple Renegade de juryprijs voor de voorronde in ontvangst mag nemen. Een dikke chapeau, ook voor jullie! Wij zien jullie bij de finale, 9 juni!

Juryrapport voorronde 3

De tweede voorronde voor dezer jaarse editie van Live en Lazaru’s is aan en dit snakie is daarbij wedergekeerd voor het beoefenen van de macht der jurywezen (*wrijft cliché-kwaadaardig de handen over elkaar*), het schallen der ludieke aan- en afkondigingen en daarbij uiteraard het vastleggen van het gebruikelijke Rockcafé Lazaru’s Manifeste de Panneau MusicalTM, beter bekend als het Laza-juryverslag (met Leidse “R”). Hoewel twee bands zich helaas afwezig hadden gemeld en een flauwe misselijkheid mijn wezen deerde op de avond in kwestie, heeft deze zich uiteindelijk toch nog weten te ontplooien tot een lotus van luidruchtig doch olijk gezuip met verschillende tinten van goeie herrie en ander muzikaal gesaus. Lekker hoor.

HOLGER

Wat is er beter dan een drie-mans hardcore punk band met al hetgeen daarbij inbegrepen? Een drie-mans hardcore punk band met al hetgeen daarbij inbegrepen PLUS nog een extra vriendvis die met bas- en/of gitaarpedalen er noise er doorheen knalt. Je leest het goed: NOISE. Van die “EEEERRR WOOOOOO KRRRGGGG WUUUU”, dat soort zaken. Begrijp me echter niet verkeerd; voor een eerste-keers uitprobeersel avond klinkt het verassend genoeg nog best dik ook. Zo nu en dan, weliswaar, want met improvisatie over een band heen met al geschreven nummers ben je immers gedoemd tot het af en toe goed doen en het af en toe falen en dat bewees zich ook wel weer. Soms voegde het wat toe, soms niet, maar verfrissend was het concept zeker. Verder was de algehele performance toch best wel aardig strak en kwam de band ook vastberaden en energiek over. Mensen die aardig zeker zijn over wat ze doen, daar houd ik van, zeker als het in bandvorm is. Een goede start van de avond, dunkt mijn, dus. Resteert mij verder nog wat te zeggen? Nee? Okidokie! NEXT!

Haydon

“Hey, Don!” bracht na de overstuurde chaos (lees: hardere muziek) van Holger met het wat meer ingehouden genre pop-rock wat meer rust in de muzikale vijver. Deze jonge female-fronted act droeg een aardige dynamische variatie voor aan de aanwezige luisteraar, dat zijnde van ballades tot wat meer ‘stevige’ nummers. En strak dat het was. Al mag ik dan geen fan zijn van pop-rock, klopte vrijwel alles aan deze band als het op het genre wat deze speelt neerkomt: strakke drummer en bassist, uitmuntende gitarist (solo’s, joepieeee) en een zangeres met een strot waar je “u” tegen zegt. Echter was de gitarist de enige die ook maar iets van stage-performance had begrepen, want de rest deed een beetje brakjes hun ding gedurende de show, naar mijn idee. Niet dat verder het algemene oordeel schaadt wat de muziek betreft, want goed strak was het zeker, maar losgaan mag af en toe ook wel een beetje. #knipoogknipoog

Durango

Punk-rock: Yes, please! De al ervaren heren van Durango brachten als derde van de avond met een Ramones-geïnspireerde sound nog een extra beetje leven in de brouwerij. Qua muziek toegankelijk, herkenbaar maar fris, energiek en verdomd strak ook, om het maar in telegramstijl samen te vatten. Met betrekking tot de stageperformance was er ook zeer zeker niets op aan te merken; lekker los, lekker gek, lekker sappig. Mensen dansden, headbang-den of maakten andere ritmisch georiënteerde bewegingen. Kortom: deze gasten wisten er toch wel een aardige bal van jolijt ende joligheid van te brijen en als redelijk liefhebber van de muzikale anarchie der Britse herkomst genoot deze jurybal er met volle teugen van. OI!

Casting Couch band

Het einde van voorronde nummer twee wordt overgelaten aan de Boskoopse heren van Casting Couch. Ten allereerste wil ik dan duidelijk maken dat die naam echt tering relaxed is; laat daar geen misverstand over zijn. Afijn, deze gasten spelen dus blues/hardrock, een beetje á la AC/DC. Klonk van te voren nog wel als iets veelbelovends, maar echter was het woord wat mij ten eerste binnenschoot terwijl CC bezig was: “geinig”. Gewoon “geinig”, op een beetje ‘niets meer, niets minder’-niveau. Was het allemaal strak en zuiver? Niet altijd (en dat is jammer genoeg nog zacht uitgedrukt). Qua houding op het spreekwoordelijke podium (het enige “podium” in de Hut is een verhoogd plateau waar een stripperspaal op bevestigd is, waar tevens de band naast stond) was het allemaal wel leuk en prima. Het publiek leek het ook wel oké te vinden, maar nergens een luchtgitaar te bekennen. Eigenlijk wel een beetje jammer allemaal, maar gelukkig valt er daar voor deze backroom boyo’s nog het nodige uit hun performance te halen. Proost, dus!

Zo. Dat gezegd hebbende; door naar onze laatste alinea.

Conclusie

Je weet hoe dat altijd gaat: “de hoge piefen van de jury gingen al aangeschoten de stemmen tellen voor de publieksprijs en vuil bekkend Leids discussiëren over wie er de juryprijs heeft gewonnen”, dat soort dingen. Verassend genoeg… was er dit keer ook geen uitzondering op die traditie en zijn we daarbij tot de conclusie gekomen dat de publieksprijs naar Durango gaat met een flinke voorsprong aan stemmen (OI!) en dat de juryprijs naar Haydon gaat. Chapeau, chapeau, chapeau! Wij zien ook jullie bij de spetterende finale 9 juni! Ik heb er zin aan, wij hebben er zin aan en jij, beste lezer, hebt daar toch ook gewoon zin aan? JÛH!

Juryrapport finale

Volgt zo snel mogelijk!